17-03-02 Manta, Ecuador Vandaag al vroeg in Manta aangekomen en hebben we Peru verlaten. Peru blijkt een hele slechte naam te hebben wat betreft hygiëne. Dat merkten we al toen we van Chili, waar het superschoon is, in Peru aankwamen. Maar hier is het nog erger. Als we van het schip af komen moeten we onmiddellijk in een bak ontsmettingsmiddel stappen alvorens we de kade op mogen en ook terug op het schip weer door de ontsmettingsbak. Dat geldt alleen voor mensen die uit Peru komen. We hebben er erg weinig weet van als we in Peru zijn, maar ook alle voorzorgsmaatregelen aan boord zijn gelijk van de baan als we in Manta zijn. Daar zijn we wel blij mee. Enfin, Manta, dat is Ecuador. Een niet zo groot staatje ingeklemd tussen Peru en Colombia aan de Pacific oceaan. Manta heeft een grote vissershaven, een van de belangrijkste aan de Westkust van Zuid- Amerika. Hier is een grote tonijnindustrie. Als wij de Boudicca verlaten, meren 2 vissersschepen aan met de vangst van vannacht. Enorm, wat uit die luiken komt, allemaal tonijn. Op de kade staan een paar vrachtwagens klaar met zeecontainers waar geen dak op zit. De netten worden met vis en al opgeslagen in het ruim. Daar worden ze aan wal weer uitgetakeld en overgenomen door de kraan op de wal, die ze overneemt en lost in de containers. Een schip bevat 2 containers vis en vanavond gaan ze weer. Ook hier zal de zee ooit leeggevist worden, want zo snel kunnen ook tonijn niet groeien. We hebben onze ogen uitgekeken. We hebben een tour geboekt. Montecristi & highlights of Manta. Eerst gaan we naar het Cancebi museum in Manta, waar we zowat een uur kunnen blijven. Maar schrijfmachines en telmachines, faxen e.d. daar hebben we zelf mee gewerkt, dus daar hebben we geen half uur voor nodig. Verder zijn er nog een heleboel attributen van de vroegere Manabita mensen en de vistermen die destijds gebruikt werden enz. Buiten het museum lopen de mensen van 3 bussen  (120 mensen van de Boudicca) door elkaar. Enfin een zooitje en we zijn blij, dat we weg waren. Om het te spreiden heeft men bus 1,3 en 5 hierheen gestuurd en 2,4 en 6 al vast naar Montecristi. Manta is een plaatsje van niets, we liggen in een container, vis en stukgoedhaven en er is niets te beleven. Op naar Montecristi. De wegen zijn heel slecht, overal kuilen en plassen. Verkeer is er altijd wel, ook taxi’s. Het is moeilijk manoeuvreren maar half gaar komen te we toch in Montecristi. Montecristi is wereldbefaamd om zijn Panamahat. Dat geloof ik ook wel, maar ik geloof niet dat hier in dit gehucht in deze oude troep massaal deze hoeden worden gemaakt. Er is natuurlijk ergens een moderne fabriek waar deze hoeden van de band lopen. Maar goed het is absoluut aardig om te zien hoe het ooit begonnen is. Van de binnenzijde van het blad van een palmboom wordt een soort garen gemaakt en via allerlei behandelingen komt er uiteindelijk een hoed tevoorschijn. Ze zijn er is soorten en maten, voor dames en heren. Toch leuk er geweest te zijn. Ook is er een kerk, die gerepareerd wordt, maar hij ziet er aardig uit. Er wordt toch nog wat verkocht en dat zal voor de mensen zijn die dit hier gaande houden. De hoed heet Panamahat omdat hij ooit werd uitgedeeld aan de werkens aan het Panamakanaal eind 1880 en later. Ook kocht de Amerikaanse regering hier 50.000 hoeden voor de soldaten van de Spaanse/Amerikaanse oorlog. Maar hij komt oorspronkelijk hier vandaan. Vervolgens gaan we naar een Tagua fabriek. Tagua is een noot van een palmboom die wordt gevonden in het tropisch regenwoud van de Amazone laaglanden in Ecuador. Tagua heeft de kleur en de eigenschappen ongeveer gelijk aan ivoor. En omdat ze keihard zijn worden ze oorspronkelijk gebruikt voor het maken van knopen voor shirts. Nog steeds de grootste bron van inkomen. Het materiaal wordt nu benut door artiesten die er vorm en kleur aangeven voor het maken van allerlei zaken zoals poezen, krokodillen, kralen, armbanden enz. Je zou er ook pianotoetsen van kunnen maken, maar dan in 3 delen want de noot is niet zo groot. En dan gaan we naar een weverij. De Cabuya plant is de leverancier van de grondstof. In het verleden was dit een bloeiende industrie dat nu doodbloedt. Vroeger werden er 4000 zakken per week geproduceerd terwijl het aantal nu ligt op 200 zakken per week. Het wordt gaande gehouden voor de toeristenindustrie, dat hier ook op een laag pitje staat. Al met al is het een warme en best leuke dag geweest waar we ook wat hebben kunnen kopen. Om half twee zijn we weer aan boord, want om 3 uur vertrekt het schip weer richting Costa Rica onze volgende bestemming, maar dan moeten we eerst door het Panamakanaal.